De bestuurlijke ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs

29 november 2008 | Advies

Fusies en schaalvergroting in het onderwijs brengen risico's met zich mee: minder keuzevrijheid voor ouders en leerlingen, en minder maatschappelijk draagvlak van de school. Daarom wil de raad omvangrijke fusies vooraf toetsen op noodzakelijkheid en effectiviteit.

Onderwijsinstellingen hebben de laatste decennia grotere vrijheden gekregen. Besturen en scholen hebben te maken met meer risico’s en zoeken elkaar daardoor op. Door te fuseren en professionele bestuurders aan te stellen kunnen zij de autonomie beter aan en efficiënter werken. Maar schaalvergroting heeft ook nadelen. Besturen met meer scholen onder zich brengen soms meer bureaucratie mee. En voor ouders en leerlingen valt er minder te kiezen.

                              

Laat een fusietoets uitvoeren door een Onderwijskamer bij de NMa

De raad wil voorkomen dat in bepaalde gebieden slechts één bestuurlijke aanbieder van onderwijs overblijft. Daarom pleit hij voor een fusietoets. Zo’n toets is nodig als fusies leiden tot besturen met gezamenlijk (meer dan) een bepaald aantal leerlingen of studenten: in het basisonderwijs 2.500, in het voortgezet onderwijs 5.000, in het middelbaar beroepsonderwijs 10.000 en in het hoger onderwijs 20.000. Hoe groot het gebied is waarvoor de fusietoets geldt, verschilt per sector. De raad wil dat een speciale Onderwijskamer bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) de toets uitvoert. Er moet ook een verplichte fusie-effectrapportage komen. Dat is een beschrijving van de te verwachten opbrengsten van de samenvoeging, afgezet tegen de prijs waartegen ze worden gerealiseerd.

 

Laat grote instellingen ouders en anderen betrekken bij het bestuur

De raad vindt dat (grote) onderwijsinstellingen moeten werken aan hun legitimatie. Zij moeten ouders en andere maatschappelijk belanghebbenden betrekken bij het bestuur. Dat kan via de raden van toezicht, via maatschappelijke consultaties, of via een steviger inbreng van ouders en anderen in de medezeggenschapsraden van scholen en universiteiten. Bij het werken aan legitimatie past ook meer bescheidenheid in de naamgeving van bestuursfuncties: geen colleges van bestuur in het basisonderwijs.

 

Voer een schaaleffecttoets in bij beleidsmaatregelen

Tot slot moet de overheid een ‘schaaleffecttoets’ invoeren bij beleidsmaatregelen op het gebied van onderwijs om ‘schaalopdrijvende’ effecten te voorkomen. Elke beleidsmaatregel, hoe zinvol ook, moet worden beoordeeld op negatieve schaaleffecten.

 

Infographics

 

Lees de volledige publicatie ›