Partners in onderwijsopbrengst

17 december 2008 | Advies

De onderwijsinspectie constateerde in 2008 dat het onderwijs te weinig ‘opbrengstgericht' is: er is te weinig aandacht voor het verbeteren van cognitieve prestaties. De raad vindt dat het verbeteren hiervan een zaak is van alle betrokkenen: de school, leraren, ouders en leerlingen. Uitverkocht.

In het primair en het voortgezet onderwijs moet om te beginnen beter worden vastgelegd wat de prestaties moeten zijn. De raad wil voor de basale vakken (taal en rekenen) leerstandaarden of referentieniveaus invoeren op drie niveaus: basis, voldoende, gevorderd. Dit pleidooi is niet nieuw, de raad dringt hier al langer op aan. Ook moeten er (nieuwe) toetsmethoden komen om de leerresultaten zichtbaarder te maken. Scholen kunnen hun leerlingvolgsystemen beter gebruiken voor het vastleggen van de opbrengsten.

                                           

Stimuleer een opbrengstgerichte cultuur bij alle betrokkenen

Als duidelijker is vastgelegd ‘wat’ de scholen hun leerlingen moeten leren, dan kunnen scholen vrijheid nemen in ‘hoe’ ze dit doen, ook als het gaat om innovaties. De regelgeving hieromtrent kan dan versoberen. De raad wil verder alle betrokkenen in de school stimuleren meer aandacht te schenken aan betere prestaties: de schoolleiding, leerkrachten en docenten, ouders en leerlingen. Hij heeft daarvoor een ‘stimuleringsladder’ ontworpen. De ladder bevat per doelgroep te ondernemen acties, die als ze goed worden uitgevoerd elkaar versterken. De schoolleiding kan bijvoorbeeld een cultuur stimuleren onder docenten en schoolbesturen die meer dan nu is gericht op het verbeteren van de prestaties. Leraren kunnen ouders beter informeren over door hun kinderen behaalde resultaten. Ouders op hun beurt moeten vragen naar vorderingen en zorgen voor voldoende tijd voor huiswerk. Tot slot moeten leerlingen ervan doordrongen zijn dat ze het huiswerk moeten maken.

 

Soberheid eisen van regelstellers

Als laatste beveelt de raad aan toe te werken naar een versobering van de regelstellers. Meer autonomie voor scholen en minder zeggenschap voor de centrale overheid betekenen niet dat gemeenten en besturen de verantwoordingslast mogen vervangen of verzwaren. Bij elke regel die zij invoeren zouden ze een empirische of plausibele doel/middelrelatie moeten aangeven. Daarnaast zouden nieuwe regelstellers periodiek tegen het licht gehouden moeten worden op soberheid. 

Lees de volledige publicatie ›