Richtpunten bij onderwijsagenda's

29 mei 2008 | Advies

De raad vergelijkt zes strategische agenda's voor het onderwijs en adviseert erover. Het gaat om agenda's voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger onderwijs, het afgesloten convenant over het Actieplan Leerkracht en het Actieplan rond Leren en Werken.

De raad trekt uit de vergelijking van de agenda's enkele conclusies. De drie belangrijkste volgen hieronder. 

Laat sectororganisaties geen overheidstaken op zich nemen

Verwacht niet te veel van prestatieafspraken tussen het ministerie en de sectororganisaties in het po, vo, mbo, hbo en wo. Realistische afspraken zijn alleen mogelijk als deze organisaties voldoende mandaat hebben van de betrokken onderwijsinstellingen. Op sommige punten moet bovendien de minister de regie blijven voeren, zoals bij het vaststellen van leerstandaarden en het regelen van een lerarenregister. Met name in het leerplichtig onderwijs moet het niet zo zijn dat de sectororganisaties de rol van de overheid overnemen.

Verbeter de kernkwalificaties, maar verwaarloos burgerschapsvorming niet

Daarnaast vindt de raad de focus op de kernkwalificaties (rekenen en taal, Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde) in de agenda's goed. Naast het bestrijden van achterstanden moet er meer aandacht zijn voor het niveau ‘gevorderd'. Het aantal slechte lezers moet niet alleen omlaag, het aantal goede moet ook omhoog. Verbetering van de kernkwalificaties vraagt om uitbreiding van de onderwijstijd per dag, per week of zelfs per jaar. Daarnaast moeten scholen hun opvoedende en burgerschapsvormende taken niet verwaarlozen. De raad vindt het zorgelijk dat dit aspect in alle agenda's is onderbelicht.

Hanteer meerdere didactische modellen in het mbo

Voor het mbo dringt de raad erop aan een kwalificatiestructuur in te voeren samen met de ons omringende landen, volgens de lijnen van het Europese kwalificatiekader (EKK). Daarmee is de waarde van het mbo-diploma beter gewaarborgd. Roc's hebben meerdere doelgroepen in huis en moeten om die reden meerdere didactische modellen hanteren. Daarvoor moet intern ruimte worden geschapen. 

 

 

Lees de volledige publicatie ›