Vreemde talen in het onderwijs

19 juni 2008 | Advies

Nederlanders spreken hun talen minder goed dan zij zelf denken. De Europese ambities om iedere scholier een minimumniveau te laten bereiken in twee vreemde talen, worden in ons land niet gehaald. De raad adviseert om kinderen eerder een vreemde taal te leren.

Op basis van opleidingsniveaus mag men aannemen dat driekwart van de bevolking op school met twee vreemde talen heeft kennis gemaakt. Slechts de helft van de bevolking is ook in staat zo'n taal in de praktijk te gebruiken. Een kwart van de scholieren maakt op school kennis met één vreemde taal, meestal Engels. En dat terwijl we steeds meer talenkennis nodig om mee te kunnen komen in de internationale economie.

Start met een vreemde taal in groep 1 of 5 van de basisschool

De raad adviseert dan ook om vroeger op de basisschool te beginnen met de introductie van Engels, Duits of Frans. Jonge kinderen leren een vreemde taal sneller dan jongeren in de puberteit. Basisscholen moeten kiezen tussen starten met een vreemde taal in groep 1 of in groep 5 (nu is dat groep 7). Dat kan via verschillende methoden, bijvoorbeeld via een onderdompelingsmethode: een deel van de lessen wordt (maximaal één dagdeel) in het Engels, Frans of Duits gegeven. Een andere mogelijkheid is lokale taalscholen in het leven te roepen, vergelijkbaar met muziekscholen.

Het voortgezet onderwijs kan aansluiten op de twee niveaus van de basisscholen. In het mbo zou ten minste één vreemde taal verplicht gesteld moeten worden - op het hoogste niveau zelfs twee. 

Richt het beleid op scholing voor leerkrachten en docenten

Doelgericht langetermijnbeleid is nodig om dit alles te bereiken. Dit beleid moet zich in eerste instantie richten op aanvullende scholing voor leerkrachten en docenten.

 

 

Lees de volledige publicatie ›