Buiten de gebaande paden

19 mei 2009 | Advies

Op verzoek van minister Klink van VWS heeft een aantal adviesraden zich gebogen over de vraag hoe sectoren buiten de gezondheidszorg een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van op sociaal-economische factoren gebaseerde verschillen in gezondheid.

Onderwijs doet al veel aan gezondheidsbevordering. Er is geen behoefte aan nog meer lesbrieven of leerpakketten over dit onderwerp. Toch kunnen er op dit gebied nog gerichte maatregelen worden genomen, waarbij gedacht kan worden aan normen voor het binnenklimaat op scholen en aan bewegingsonderwijs voor alle leerplichtige leerlingen.

Een groot deel van de ziektelast in Nederland is vermijdbaar. Een derde tot de helft van de totale ziektelast is te herleiden tot roken, alcoholgebruik, weinig bewegen, ongezond eten en luchtverontreiniging. Ook onveiligheid in het verkeer, slechte arbeidsomstandigheden en huisvesting zorgen voor ziektes. De gezondheid van de Nederlandse bevolking is belangrijk genoeg om daar wat aan te doen, vinden de Onderwijsraad, de Raad voor het openbaar bestuur (Rob), de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) en de Sociaal-economische Raad (SER).

Sectoren buiten de gezondheidszorg kunnen vooral iets doen in de sfeer van preventie. Om het draagvlak voor gezondheidsbeleid te vergroten is het van belang dat de sector in kwestie er zelf ook voordeel van heeft. Met een mooi woord heet dat het nastreven van parallelle belangen. De Onderwijsraad heeft in het advies gekeken naar wat de onderwijssector zou kunnen bijdragen en wat daarvoor op landelijk en lokaal niveau nodig is. De onderwijssector is zich zeker bewust van het belang van gezonde leerlingen, gezonde leraren en een gezond schoolgebouw, maar in de praktijk moet het thema gezondheid ‘concurreren' met andere onderwerpen. Er gebeurt desondanks al veel. Van oudsher is er het bewegingsonderwijs. Verder doen scholen mee in stimuleringsregelingen, zoals de BOS-impuls (Buurt, Onderwijs en Sport). ‘Brede scholen' combineren graag onderwijs met sportieve activiteiten, er is een groot aantal lespakketten over drank, drugs en roken op de markt en er ontstaan gaandeweg steeds meer gezonde schoolkantines. Verder staat het binnenmilieu op scholen in de aandacht, en wordt er nagedacht over manieren om ook partijen rondom de school aan te zetten tot gezond gedrag.

Voor dit alles is een veelheid aan subsidiepotjes, projecten en programma's beschikbaar. Wat daarom vooral niet moet gebeuren, is dat er nog meer losse initiatieven ontstaan. Maar er is wel degelijk nog wat te winnen. Zo zijn stringente normen nodig voor het binnenklimaat op scholen - en die moeten vervolgens ook gehandhaafd worden. Verder is bewegingsonderwijs voor alle leerplichtige leerlingen nodig. Dus ook voor leerlingen in het mbo, waar het bewegingsonderwijs vaak ontbreekt. Scholen in achterstandsgebieden verdienen extra aandacht bij het bestrijden van sociaal-economische gezondheidsverschillen. Ook ongezonde schoolgebouwen dienen het eerst aan de beurt te komen bij renovatie en nieuwbouw.

Om het gevoel van urgentie voor gezondheid in andere sectoren te vergroten, is politieke en bestuurlijke betrokkenheid nodig op het hoogste niveau. De Raden stellen dan ook: maak intersectoraal gezondheidsbeleid onderdeel van het nieuwe regeerakkoord. Geef de Minister van Volksgezondheid een speciale verantwoordelijkheid en laat hem hiervoor mensen en middelen vrijmaken in zijn organisatie. Richt ter ondersteuning hiervan een interdepartementale directie in bij het Ministerie van VWS.

Het advies kan besteld worden via de RVZ.