Kwaliteitsborging van het eindniveau van aanstaande leraren

25 mei 2009 | Advies

Het advies Kwaliteitsborging van het eindniveau van aanstaande leraren gaat over de kwaliteit van de lerarenopleidingen. De raad doet enkele aanbevelingen die moeten leiden tot versterking van het vertrouwen van de samenleving in deze kwaliteit. Een belangrijk element daarbij is het voorstel om een Landelijke Examencommissie Lerarenopleidingen hbo in het leven te roepen. Deze commissie dient de normen vast te stellen voor het toetsen van vakkennis van aanstaande leraren.

 

De raad gaat daarbij in de eerste plaats in op de examinering van de vakkenniscomponent van de lerarenopleidingen in het hoger beroepsonderwijs. Hij hecht daarbij grote waarde aan meer externe betrokkenheid. Hij stelt daarom onder meer een Landelijke Examencommissie Lerarenopleidingen hbo voor, bij voorkeur onder auspiciën van het College voor Examens. Als hoofdtaak voor deze commissie ziet hij het vaststellen van passende beoordelingsnormen (slaag-zakgrenzen) voor de te gebruiken kennistoetsen. De raad meent dat door deze Landelijke Examencommissie er meer transparantie kan worden verkregen over het eindniveau van aanstaande leraren. De voorgestelde inkadering en samenstelling van de commissie geeft vertrouwen dat de vast te stellen normen verantwoord zijn. De commissie bestaat uit lectoren en hoogleraren van de lerarenopleidingen en universitaire faculteiten, deskundigen vanuit het afnemend veld, examen- en meetdeskundigen en internationale deskundigen. Inhoudelijke vakverenigingen van leraren en beroepsverenigingen van lerarenopleiders krijgen bij de activiteiten een adviserende rol

In de tweede plaats stelt de raad maatregelen voor die moeten leiden tot meer eenduidigheid in de inhoudsbeschrijvingen van de kenniscomponent (qua structuur en abstractieniveau). Het belang hiervan is medegelegen in de toenemende wens tot doorlopende leerlijnen in het basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Overeenkomstige vakken in deze drie sectoren van het onderwijs dienen inhoudelijk op elkaar aan te sluiten. De leraren die deze vakken geven behoren daarom ook opgeleid te worden in een stelsel van lerarenopleidingen waarin eveneens samenhang is tussen de verschillende soorten opleidingen. En uiteraard is het van belang dat de lerarenopleidingen die leiden tot overeenkomstige bevoegdheden voor onderwijs, werken met dezelfde kennisbasis.

Verder stelt hij voor dat de VSNU en de HBO Raad een gezamenlijke projectgroep Integratief toetsen in het leven te roepen, die zich moet buigen over de verbetering van de algehele afsluiting (dus meer dan het vakkennisniveau) van aanstaande leraren. Door onderlinge uitwisseling van kennis en ervaringen kan dit integratief toetsen op een hoger peil worden gebracht.

De raad stelt ten slotte voor de examencommissie ter plekke te doen versterken met externe leden en hij onderstreept het voornemen om de examencommissie jaarlijks een verslag voor het bevoegd gezag op te laten stellen.

En ten slotte pleit hij ervoor de accreditatie op opleidingsniveau door de NVAO van alle opleidingen die leiden tot een onderwijsbevoegdheid te behouden, ook al zou de zogenoemde instellingsaudit een verlicht accreditatieregime rechtvaardigen. Onder dit verlicht accreditatieregime kunnen opleidingen worden geaccrediteerd op basis van een minder intensief onderzoek. Voor opleidingen leidend tot een onderwijsbevoegdheid is de raad hier geen voorstander van.

Lees de volledige publicatie ›