Vernieuwd toezicht

10 april 2009 | Advies

De Onderwijsraad geeft in dit advies commentaar op de voorgenomen wijzigingen van de WOT (Wet op het onderwijstoezicht). Deze wijzigingen beogen een nieuw kader te scheppen voor het toezicht van de Onderwijsinspectie. 

 Een belangrijk element van dit nieuwe kader is dat toezicht niet meer gebaseerd is op de zelfevaluatie van de onderwijsinstellingen, maar op openbare verantwoordingsinformatie (bijvoorbeeld de schoolgids, het jaarverslag). Op grond van deze informatie stelt de inspectie vast hoe intensief het toezicht dient te zijn. Indien er weinig risico's zijn, volstaat een zogenoemd basisarrangement, waarbij geen nader onderzoek plaatsvindt. Al naar gelang de risico's kan de inspectie overgaan tot intensiever toezicht.

De raad staat positief tegenover de voorgestelde wijzigingen, maar ziet op een aantal punten mogelijkheden tot verbetering. Onder andere wijst de raad erop dat de informerende taak van de inspectie in het gedrang dreigt te komen. De nadruk kan te veel komen te liggen op selectief toezicht op scholen waar problemen dreigen te ontstaan. Alle scholen dienen echter periodiek een spiegel voorgehouden te krijgen. Daarbij is het doel niet alleen het handhaven van een minimale kwaliteit, maar ook algemene kwaliteitsverbetering.

Daarnaast bepleit de raad een beknopte, duidelijke catalogus van sanctiemiddelen op te nemen bij de nieuwe wet. De verdere uitwerking van de precieze toepassing hiervan kan bij AMvB of ministeriële regeling worden gedaan. Daarbij zouden de lichtere sanctiemiddelen primair in aanmerking moeten komen voor mandatering aan de Inspectie. Zwaardere middelen, zoals bekostigingssancties, blijven voorbehouden aan de minister.

Verder adviseert de raad om te bezien welke nadere uitwerking het begrip zedelijkheid van de docenten kan krijigen in het kader van het toezien op de bekwaanheid van het onderwijspersoneel. Het begrip burgerschap en reeds bestaande, professionele integriteitseisen opgesteld door de beroepsgroep (zoals een integriteits- of gedragscode) bieden hiervoor mogelijk een passend kader.

De raad doet nog vier andere aanbevelingen naast de bovengenoemde drie.

 

Lees de volledige publicatie ›