Goed opgeleide leraren voor het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs

19 april 2011 | Advies

Hoe kan het opleidingenstelsel leraren adequaat toerusten voor het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs?Hierbij wordt zowel gekeken naar de kwaliteit van de lerarenopleidingen als naar de aantrekkelijkheid ervan. De Onderwijsraad pleit er in dit advies voor om de bestaande opleidingen voor leraren vmbo en mbo aan te passen. Dit is nodig omdat ze onvoldoende rekening houden met de kenmerken van die onderwijstypen. Leraren in het vmbo moeten kennis hebben van hun vak en van het beroepenveld, maar ook beschikken over specifieke pedagogische en didactische competenties. Leraren in het mbo moeten vooral beroepsgerichte en vakinhoudelijke competenties goed ontwikkeld hebben. Zij moeten bovendien betere voorbereid zijn op het functioneren in competentiegericht onderwijs en op het werken met kwalificatiedossiers.

De raad adviseert aanpassingen in de tweedegraads lerarenopleidingen in de algemeen vormende vakken (bijvoorbeeld Nederlands, Engels, aardrijkskunde, algemene economie), in de tweedegraads lerarenopleidingen in de beroepsgerichte vakken (bijvoorbeeld bouwkunde, grafische techniek, gezondheidzorg en welzijn, werktuigbouwkunde en pedagogiek) en in het stelsel als geheel. Dat verbetert de aansluiting tussen opleidingen en onderwijspraktijk, en maakt de lerarenopleidingen in de beroepsgerichte vakken aantrekkelijker.

Aanbevelingen voor de lerarenopleiding in de algemeen vormende vakken

Verplicht en verbeter de uitstroomprofielen

In de meeste lerarenopleidingen kunnen studenten bij de algemeen vormende vakken kiezen uit drie profielen: vakinhoudelijke vorming (dit profiel richt zich op lesgeven in havo/vwo), zorgontwikkeling (gericht op het vmbo) en beroepspraktijkvorming (gericht op het mbo). De raad stelt voor deze uitstroomprofielen verplicht te stellen voor alle lerarenopleidingen in algemene vakken en ze inhoudelijk aan te scherpen. Ook het basis-programma van de lerarenopleiding in de algemeen vormende vakken moet inhoudelijk een oriëntatie bieden op het (v)mbo. De raad adviseert de kennis van de beroepsgerichte pedagogiek en didactiek uit te breiden om de lerarenopleiding algemene vakken op een hoger plan te tillen. Dit laatste geldt ook voor de andere opleidingsroutes tot docent (v)mbo.

Maak gebruik van de generieke bekwaamheidseisen en leg accenten

De generieke bekwaamheidseisen kunnen als leidraad dienen voor de inhoudelijke aanpassingen. Wel acht de raad het noodzakelijk daarbinnen accenten te leggen voor leraren in het vmbo en mbo. 

Aanbevelingen voor de lerarenopleiding in de beroepsgerichte vakken

Stimuleer de clustering van kleine opleidingen

De raad adviseert de al genomen initiatieven om kleine beroepsgerichte opleidingen te clusteren, te stimuleren. Zo zijn bedrijfseconomische en kwalitatieve problemen als gevolg van een geringe studenten-instroom op te lossen en te voorkomen. Voorwaarde is wel dat de opleidingen hun vakinhoudelijke niveau behouden.

Bied hbo-studenten vroeg de mogelijkheid een lerarenopleiding te volgen

De raad adviseert om studenten in de hbo-vakopleidingen (hoger beroepsonderwijs) tijdens hun bachelor een educatieve minor aan te bieden. De minor zorgt samen met de al bestaande hbo-kopopleiding en het zij-instroomtraject voor meer flexibiliteit in het opleidingsstelsel. Dit maakt het leraarschap in de beroepsgerichte vakken aantrekkelijker. 

Harmoniseer het zij-instroomtraject voor het mbo

In de praktijk is in het mbo een grote variëteit in zij-instroomtrajecten ontstaan. Dat geeft verschillen in de kwaliteit van de leraren en daarmee in de waarde van het diploma. De raad stelt voor dit opleidingstraject te harmoniseren door hiervoor wettelijke kaders op te nemen in de WEB (Wet educatie en beroepsonderwijs).

Aanbevelingen voor het hele stelsel

Benut de postinitiële mogelijkheden optimaal

Binnen de initiële lerarenopleidingen worden leraren opgeleid zodat ze startbekwaam zijn in het uitvoeren van de verschillende taken die een leraar heeft. Startbekwaam betekent dat de leraar aan de minimale eisen voldoet om te mogen lesgeven. Het is belangrijk dat de ontwikkeling van de leraar niet stopt bij het afronden van de initiële opleiding. Een postinitieel professionaliseringstraject is noodzakelijk. De raad adviseert daarvoor gebruik te maken van het beroepsregister voor leraren en van de bijbehorende verplichte bij- en nascholing. Verder kunnen de mogelijkheden voor leraren in het vmbo en mbo om bedrijfsstages te lopen worden uitgebreid.

Verhoog het opleidingsniveau van leraren

De raad adviseert nieuwe leraren in de algemeen vormende vakken te verplichten zich postinitieel te laten bijscholen tot masterniveau (hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs). Voor leraren in de beroepsgerichte vakken (waaronder veel zij-instromers) geldt deze verplichting niet. Wel acht de raad het noodzakelijk dat in ieder team expertise op masterniveau aanwezig is. De raad adviseert verder om voor leraren die lesgeven in het laatste jaar van het mbo op niveau 4 een eerstegraads bevoegdheid verplicht te stellen voor de algemeen vormende vakken. Die verplichting geldt immers ook voor de bovenbouw van de havo die eveneens toegang geeft tot het hoger onderwijs.

Betrek al het onderwijzend personeel bij de professionalisering

In het mbo zijn instructeurs, begeleiders en praktijkbegeleiders in de leerbedrijven evenzeer belangrijk. De raad vindt dat zij moeten worden betrokken in initiatieven om beroepsgroepen van onderwijsgevenden te vormen.

U kunt ook de video met toelichting bekijken.

Lees de volledige publicatie ›