Onderwijs in ondernemerschap

27 juni 2013 | Advies

De raad pleit in dit advies voor blijvende aandacht voor ondernemerschap in het onderwijs. Na beëindiging van het stimuleringsprogramma van de overheid in 2013 is het aan de instellingen om het onderwijs in ondernemerschap verder te ontwikkelen. Instellingen dienen daarvoor de ruimte te krijgen. Daarbij is waar nodig innovatieve samenwerking met het bedrijfsleven gewenst.

De raad brengt dit advies uit op verzoek van de Tweede Kamer.

Opeenvolgende kabinetten hebben onderwijs in ondernemerschap gestimuleerd. Het is niet gemakkelijk om eenduidig vast te stellen wat het resultaat van dit stimuleringsbeleid is geweest. Duidelijk is wel dat onderwijs in ondernemerschap een plaats in het onderwijs heeft verworven, vooral in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs.

De landelijke overheid zal vanaf 2013 voor een belangrijk deel geen initiatieven meer nemen om onderwijs in ondernemerschap te bevorderen. Na beëindiging van het stimuleringsprogramma is het naar het oordeel van de raad aan de instellingen om het onderwijs in ondernemerschap verder te ontwikkelen, waar nodig of noodzakelijk in innovatieve samenwerking met het bedrijfsleven. Om dit goed te kunnen doen, hebben zij vooral ruimte en flexibiliteit nodig. Tegen deze achtergrond komt de raad tot de volgende aanbevelingen.

Middelbaar beroepsonderwijs: laat in de herziene kwalificatiestructuur instellingen ruimte voor ontwikkeling van een eigen aanbod ondernemerschap

De raad vindt het van belang dat instellingen optimale ruimte behouden om een keuzedeel ondernemerschap in het programma op te nemen. 

Daarnaast dienen mbo-instellingen voldoende mogelijkheden te hebben om een eigen aanbod onderwijs in ondernemerschap te ontwikkelen. Daarbij is de bijdrage van het regionale bedrijfsleven essentieel. Ruimte voor (innovatieve) samenwerkingsarrangementen is dan een voorwaarde.

Ten slotte pleit de raad ervoor dat ondernemerschap herkenbaar in de beroepscompetentieprofielen van de kwalificatiestructuur tot uitdrukking komt.

Hoger onderwijs: richt de aandacht op ambitieuze ondernemers en op bijbehorende ondernemende houding en vaardigheden

In het hoger onderwijs verdienen een ondernemende houding en ondernemende vaardigheden meer aandacht. In het bijzonder verdient prestatiegerichtheid daarbij aandacht: een prestatiegerichte houding wordt een noodzakelijke voorwaarde geacht voor ambitieus ondernemerschap. Bij de selectie voor begeleiding van student-ondernemers zouden kwalitatieve criteria als ambitieus ondernemerschap meer gewicht kunnen krijgen.

Hier liggen zowel voor de instellingen als voor het bedrijfsleven kansen voor innovatieve samenwerking.

Maak voor onderwijs in ondernemerschap gebruik van de expertise van het bedrijfsleven

Er is in de opvatting van de raad onvoldoende reden regels te stellen ten aanzien van de bevoegdheid van externe betrokkenen bij ondernemerschapsonderwijs. Op allerlei manieren kan gewaarborgd worden dat het eventueel ontbreken van didactische en onderwijskundige vaardigheden kan worden ondervangen. Regulering is onnodig en zou bovendien de bereidheid van ondernemers om een bijdrage te leveren kunnen verminderen.