De volle breedte van onderwijskwaliteit

10 mei 2016 | Advies

In een eerder advies heeft de raad betoogd dat er sprake is van een smalle kijk op onderwijskwaliteit en gepleit voor het breder opvatten van deze kwaliteit.  Er is nu toenemende aandacht voor de brede opdracht van scholen. Het breder opvatten geeft echter nog weinig richting aan het onderwijs. Op verzoek van de Eerste Kamer gaat de raad in dit advies in op de vraag hoe een brede opvatting van kwaliteit richting kan geven aan het onderwijs.

Gebruik voor een brede opvatting van onderwijskwaliteit een gemeenschappelijk referentiekader

Hoewel met een aantal nieuwe initiatieven blijk wordt gegeven van een toenemende waardering voor onderwijskwaliteit in brede zin, laten deze tegelijkertijd zien dat er vele interpretaties van een brede opvatting van kwaliteit naast elkaar bestaan. Een brede opvatting vraagt om een nauwkeuriger bepaling van de doelen en bedoeling van het onderwijs dan nu het geval is. Om invulling te geven aan een brede opvatting van kwaliteit reikt de raad een referentiekader aan, waarin kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming worden gezien als drie doeldomeinen van het onderwijs.

Het is mogelijk om in de onderwijspraktijk eenzijdig de nadruk te leggen op kwalificatie. De raad is echter van mening dat onderwijs altijd bijdraagt aan kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming ; het gaat om drie niet te scheiden domeinen waar de school een expliciete verantwoordelijkheid voor draagt. Een brede opvatting van onderwijskwaliteit veronderstelt dat er niet alleen nagedacht wordt over de wijze waarop aandacht wordt besteed aan een bepaald doel of doeldomein, maar ook wat de mogelijke impact hiervan is op een van de andere doeldomeinen.

Maak kwaliteit over de volle breedte inzichtelijk

Het is nodig dat scholen een visie ontwikkelen op inhoud en samenhang van de doeldomeinen, hun aanpak op deze visie afstemmen en deze evalueren. Scholen kunnen hun brede kwaliteit inzichtelijk maken met een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve instrumenten, passend bij de visie en doelen van de school, maar ook bij het doel en de partij waarvoor de informatie bestemd is. Daarvoor dient de beschikbaarheid en toegankelijkheid te worden vergroot van instrumenten of manieren van verantwoording die gerelateerd kunnen worden aan de drie doeldomeinen. Verdergaande samenwerking tussen wetenschap en onderwijspraktijk, met aandacht voor de ontwikkeling van instrumenten die aansluiten bij de brede opvatting van scholen, is daarbij van belang.

De raad is van mening dat alle moeite moet worden gedaan om brede kwaliteit op passende manier inzichtelijk te maken. Iets inzichtelijk maken vergt bewustzijn van het handelen en van het wat, waarom en hoe van het onderwijs.

Leg over onderwijskwaliteit in brede zin verantwoording af via procestoezicht

Het breder opvatten van onderwijskwaliteit moet volgens de raad samengaan met het breder verantwoorden daarvan. De overheid schetst de kaders waar het gaat om wettelijke verplichtingen, de invulling is aan de scholen zelf. Nu gaat de verantwoording vaak niet verder dan de basisvaardigheden. De raad bepleit dat alle scholen zich verantwoorden over de volle breedte van onderwijskwaliteit. Deze verantwoording vindt eerst en vooral plaats in en om de school; in dialoog met andere belanghebbenden, zoals ouders, medezeggenschapsraad, raad van toezicht (het proces van horizontale verantwoording). Van belanghebbenden wordt verwacht dat deze zich rekenschap geven van de ruimte van scholen voor een eigen visie op brede kwaliteit. Volgens de raad is het nodig onderwijskwaliteit in brede zin op te nemen in het schoolplan en het proces van verantwoording over brede kwaliteit een plaats te geven in het inspectietoezicht. Daartoe beveelt de raad procestoezicht aan op een aantal ijkpunten. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om vragen als: is er sprake van cyclisch werken; is er een behoorlijke zelfevaluatie; is er gebruikgemaakt van tevredenheidsonderzoeken; wat zijn de uitkomsten van peer reviews. Zonder procestoezicht blijft een brede opvatting van kwaliteit weinig richtinggevend. Deze ‘eigen’ manier van verantwoorden en het procestoezicht dragen ertoe bij dat leerkrachten en scholen zich meer serieus genomen voelen in hun opvatting en uitvoering van onderwijskwaliteit over de volle breedte.

Voorzitter Henriëtte Maassen van den Brink bij het gebouw van de Eerste Kamer

Lees de volledige publicatie ›