Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling

Op grond van artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht dient de raad zijn adviestaak zonder vooringenomenheid te vervullen. Om aan dit vereiste te kunnen voldoen, wordt op deze pagina beschreven (1) welke situaties onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de Onderwijsraad en (2) hoe tijdens het adviesproces oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling kan worden voorkomen. Ten slotte wordt kort ingegaan op de (3) door de Onderwijsraad nagestreefde transparantie.

Versie februari 2015.

Welke situaties zijn overenigbaar met het lidmaatschap van de Onderwijsraad?

Het lidmaatschap van de Onderwijsraad is onverenigbaar met een geprofileerde functie in de landelijke overleg- en/of besluitvormingsstructuur voor hetzelfde onderwijsveld, voor zover het de beleidsvoorbereidende fase betreft. Het lidmaatschap is eveneens onverenigbaar met geprofileerde deelname aan het bestuur van een landelijke organisatie die zich behartiging van de deelbelangen van een of meer soorten onderwijs ten doel stelt.

Hoe kan tijdens het adviesproces oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling worden voorkomen?

Een belangrijk uitgangspunt bij het voorkomen van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is proportionaliteit. Proportionaliteit geeft aan dat de maatregelen die genomen worden om oneigenlijke beïnvloeding te voorkomen, in verhouding moeten staan tot de ernst van de mogelijke belangenverstrengeling. Deze ernst wordt bepaald door twee factoren:

  • het risico dat de inbreng van het betrokken lid zal worden gekleurd door meespelende belangen; en
  • de schade die dit zou kunnen toebrengen aan de inhoud en geloofwaardigheid van het advies.

Bij de besluitvorming om een lid niet of onder bepaalde voorwaarden te laten participeren in een adviestraject, zal het proportionaliteitsprincipe leidend zijn. Omdat er daarnaast geen harde criteria met een algemene geldigheid kunnen worden ontwikkeld, zal er altijd ruimte blijven bestaan voor discussie over de beoordeling tussen de beide uitersten(volledige deelname en volledige uitsluiting). Naarmate het belang groter wordt ingeschat en dichter bij het specifieke onderwerp komt, zal de aarzeling over deelname groter worden.

Als uitsluiting zou leiden tot het blokkeren van expertise die eigenlijk niet gemist kan worden, kan deelname aan een commissie plaatsvinden onder voorwaarde dat betrokkene bij behandeling en besluitvorming van het specifieke dossier zich uit de beraadslaging terugtrekt. Ook kan overwogen worden dat deelname aan de commissie niet mogelijk is, maar de inbreng van gewenste expertise wordt gerealiseerd door middel van een hoorprocedure. In beide gevallen moet het volstrekt duidelijk zijn dat het desbetreffende lid niet structureel bij het adviestraject wordt betrokken.

Verantwoordelijkheid

Voorzitter, vice-voorzitter en secretaris zijn verantwoordelijk voor het beleid betreffende oneigenlijke beïnvloeding. Daarnaast zijn de leden verantwoordelijk voor het tijdig melden van eventuele belangen, niet alleen bij aanvang, maar ook tijdens het adviestraject. Soms worden immers leden benaderd door partijen die belang hebben bij de uitkomst van het advies en kan dus tijdens het proces een belangenconflict ontstaan.

Transparantie

Transparantie houdt in dat de functies van de leden en de overige van belang zijnde personalia geregistreerd en gepubliceerd worden op de website van de raad. Ook wordt op de website jaarlijks een overzicht gegeven van welke leden bij de voorbereiding van in het werkprogramma opgenomen adviesonderwerpen worden betrokken.