Blogreeks Nederland gaat naar school

Thomas (18): ‘Ik vind het goed dat lezen op school verplicht is’

Thomas is student MediaDesign aan het MBO College Hilversum en hoopt van zijn hobby zijn beroep te maken. Hij ontwerpt logo’s en animaties en hij bewerkt beeldmateriaal. Thomas is enthousiast over de opleiding waarin hij dit leert. Hij ‘doet alles digitaal’.

Leerling op trap


‘Online bezig zijn heeft me altijd aangesproken, als kind was ik al vakantiefilmpjes aan het editen. In mijn opleiding kan ik mijn creativiteit goed kwijt. We krijgen korte, klassikale instructies, of we bekijken tutorials. Daarna gaan we individueel aan de slag met programma’s voor vormgeving, animatie en editing. Je hoeft niet vast te lopen, want de docenten helpen je altijd. Ze zijn vriendelijk en jong, of jong van geest. De meesten komen uit de media- of de reclamewereld. Ik hou van aanpakken en dingen snel doen, meer dan van luisteren en leren. Dus deze manier van werken past goed bij mij. Ik heb het erg naar mijn zin.

Losgelaten

‘Het grote verschil met de middelbare school is dat je hier wordt losgelaten. Niemand dwingt je om naar de les te komen, je doet het voor jezelf. Dat werkt eigenlijk tegengesteld: dan ga je júist. Zeker als je bijna alles leuk vindt, zoals ik. Ik zit wel veel achter de computer, dus ik ga graag naar gymles voor de afwisseling. Het liefste leer ik over Illustrator, een programma voor animaties. Daarmee werk ik ook in mijn stage bij een mediabedrijf. De beste tip van school die ik in mijn stage gebruik, is: zorg dat je gestructureerd werkt, zodat anderen bij je bestanden kunnen. In de praktijk merk je hoe belangrijk dat is. Verder krijg ik in het bedrijf direct feedback op wat ik maak, dat werkt goed. En de opdrachten zijn écht.’

‘Er zit weinig theorie in mijn opleiding, we hebben geen boeken. Ook dat past bij mij, ik ben geen lezer. In mijn vrije tijd ben ik graag buiten, ik voetbal in een vriendenteam. Als ik iets lees, dan is het een kort artikeltje op internet over een sportmoment ofzo. Maar dat doe ik niet dagelijks. Ik vond het altijd al moeilijk om bij een tekst te blijven, ik heb weinig concentratie van mezelf. Soms lukte het met een spannend boek. Mijn stiefbroer is van het lezen, hij kwam wel eens met goede dingen aanzetten, zoals boeken van Carry Slee. En heel vroeger las mijn vader voor, bijvoorbeeld uit Pinkeltje, dat vond ik mooi.’

Woordenschat

‘Ik merk wel dat ik weinig heb gelezen. Mijn woordenschat is laat opgebouwd. Soms kom ik een woord tegen dat ik niet ken, dan denk ik: dat had ik eigenlijk moeten weten. Ook de snelheid is er niet, ik moet soms twee keer lezen voordat ik een tekst snap. Daarom denk ik dat het goed is dat lezen op school verplicht is, kinderen moeten het leren. Helaas zijn de boeken op school vaak saai. Ik denk dat je leerlingen moet laten vertellen wat ze interessant vinden en dat docenten daar de boeken op moeten uitzoeken. Het mooiste boek dat ik gelezen heb? Poeh, dat weet ik echt niet meer. Als ik een boek moet noemen dat ik nú zou willen lezen, dan is het ‘Judas’ van Astrid Holleeder. Ik heb de serie gezien en daardoor ben ik nieuwsgierig naar het boek.’

‘Echt last heb ik er niet van hoor, dat ik weinig lees. Als ik iets officieels moet doen, zoals mijn stagecontract tekenen, dan helpt mijn moeder. Niet alleen omdat het lezen lastig is, ook omdat het prettig is dat zij voor de zekerheid meekijkt. Ik kan het best zelf, maar dan kost het me meer tijd. Gelukkig kom ik vaak een heel eind met mondelinge instructie en beelden.’