Laat toetsen minder vaak meetellen voor toelating, overgang of diploma, adviseert de Onderwijsraad in het advies Kijk anders naar toetsing. Toetsen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten vooral ten dienste staan van onderwijs en leren, zonder dat de resultaten grote gevolgen hebben voor het verdere verloop van de schoolloopbaan. De raad adviseert de minister van OCW en scholen om oog te houden voor de verschillende functies van toetsing. Dat voorkomt een te hoge toetsdruk en biedt ruimte om toe te werken naar de nieuwe kerndoelen en eindtermen.
Nu het basis- en voortgezet onderwijs aan de slag gaan met nieuwe kerndoelen en eindtermen, is het van belang de rol van toetsing daarin goed te doordenken. Met dit advies wijst de raad op de verschillende functies van toetsing en doet aanbevelingen om deze elk zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen. De raad brengt dit advies uit op verzoek van de Tweede Kamer.
Onderwijs verstrikt in verschillende functies van toetsing
De Onderwijsraad signaleert dat verschillende functies van toetsing regelmatig door elkaar lopen. Toetsen die bedoeld zijn om het onderwijsleerproces te ondersteunen, worden bijvoorbeeld ook gebruikt om leerlingen te selecteren of om de kwaliteit van scholen of het onderwijsstelsel als geheel te evalueren. Er gaat in de praktijk veel aandacht uit naar selectieve toetsen en meetbare onderwijsopbrengsten. Dat leidt tot veel druk bij leerlingen en beïnvloedt de inhoud van het onderwijs. De Onderwijsraad adviseert de overheid en scholen om oog te houden voor alle drie de functies van toetsing en vermenging zoveel mogelijk te vermijden.
Leerlingen, leraren en scholen kunnen verstrikt raken in de verschillende functies die aan toetsing worden verbonden. Daardoor komen de afzonderlijke functies onvoldoende tot hun recht. Ook dreigt blikvernauwing op bepaalde doelen van onderwijs en ligt kansenongelijkheid op de loer, doordat selectiebeslissingen onvoldoende of verschillend worden onderbouwd.
Voorzitter Louise Elffers: “Er is regelmatig discussie over toetsing in het onderwijs; moet er minder of anders worden getoetst, moeten leerlingen zoveel mogelijk dezelfde toetsen maken, of moet er juist meer ruimte zijn voor scholen om toetsing naar eigen inzicht in te richten? Toetsing is een essentiële schakel voor goed onderwijs en daarom is het van groot belang dat toetsen gericht worden ingezet. Door functievermenging schieten toetsen nu vaak hun doel voorbij, met onnodig hoge druk op leerlingen, leraren en scholen tot gevolg.”
Bescherm onderwijsleerfunctie van toetsen
Toetsen zijn van groot belang voor het geven van onderwijs en voor het leren van leerlingen. Toetsresultaten bieden leraren en leerlingen bijvoorbeeld noodzakelijke feedback, waarmee ze het onderwijs en leren vorm kunnen geven. Wanneer toetsresultaten echter ook voor selectie en evaluatie worden ingezet, kunnen de onderwijsleerfuncties overschaduwd raken. De toetsprestatie wordt dan bijvoorbeeld belangrijker dan de feedback.
Om de onderwijsleerfuncties van toetsing te beschermen, beveelt de raad onder meer aan toetsing vooral in te zetten voor onderwijs en voor het leren en minder in te zetten ten behoeve van selectie. Dit betekent dat toetsen minder vaak meetellen voor het rapport, of als stok achter de deur dienen om leerlingen te motiveren aan het werk te gaan. Daarnaast beveelt de raad aan het eigenaarschap van leraren rondom toetsing met een onderwijsleerfunctie te versterken, door hen vaker zelf toetsen te laten kiezen of ontwerpen.
Verhoog kwaliteit van toetsen met een selectiefunctie
Toetsing die het doel heeft om selectiebeslissingen (plaatsing, bevordering of diplomering) te onderbouwen, moeten onderling goed vergelijkbaar en van hoge kwaliteit zijn. Er staat immers veel op het spel. Het combineren van selectiefuncties met onderwijsleer- en evaluatiefuncties leidt er nu soms toe dat concessies worden gedaan aan de betrouwbaarheid van toetsen met een selectieve functie, en er kansenongelijkheid ontstaat.
Een voorbeeld zijn de verschillende varianten van de doorstroomtoets. Die bieden ruimte voor keuzes in aansluiting op de aanpak van een school, maar leiden in de praktijk tot ongelijke uitkomsten in de schooladvisering. De raad beveelt aan om de kwaliteit van zowel de landelijke als de aanvullende schooleigen toetsing te verbeteren. Bij de landelijke toetsing pleit de raad voor één doorstroomtoets van één aanbieder.