Wist u dat segregatie in het onderwijs maar beperkt te maken heeft met het bestaan van bijzondere en openbare scholen?

Als ouders uit verschillende bevolkingsgroepen – etnisch, naar geloofsovertuiging, maar ook naar opleidingsniveaus of inkomen – andere schoolkeuzes maken, levert dat segregatie op. Die segregatie ontstaat al als iedereen naar de dichtstbijzijnde school gaat, want in de ene wijk wonen nu eenmaal meer mensen met bijvoorbeeld een hoog opleidingsniveau dan in een andere. Maar de segregatie in scholen is sterker dan in wijken. Dat heeft met de schoolkeuzes van ouders te maken. Ouders vinden het vooral belangrijk dat een basisschool dichtbij is. Maar zeker in plaatsen waar het aanbod ruim is, laten ze ook andere eigenschappen van een school meewegen. Ouders kiezen vaak voor scholen met leerlingen met een vergelijkbare achtergrond. Scholen kunnen het keuzegedrag van ouders bewust of onbewust beïnvloeden.

Meisje en jongen hangen in touw in gymzaal
©Onderwijsraad

De Inspectie van het onderwijs heeft nauwkeurig gekeken welk type basisscholen veel of juist weinig bijdraagt aan segregatie. Scholen die veel bijdragen aan segregatie, trekken meer leerlingen uit een bepaalde etnische of sociale groep. De mate van segregatie verschilt sterk tussen gemeenten. In het basisonderwijs is vooral de segregatie naar opleidingsniveau van de ouders hoog. De segregatie naar inkomen en etnische achtergrond is lager, maar nog substantieel. De etnische segregatie in het onderwijs neemt de laatste decennia af. De segregatie naar opleidingsniveau van de ouders is juist toegenomen. Het voortgezet onderwijs vertoont een vergelijkbaar beeld.

Is er een verschil tussen bijzondere en openbare basisscholen als het gaat om hun bijdrage aan segregatie? Dat ligt genuanceerd. Er zijn vooral verschillen als je naar individuele scholen kijkt. De Inspectie heeft gekeken in hoeverre bepaalde typen scholen echt meer bijdragen aan de segregatie, los van segregatie tussen wijken.

De grootste typen bijzondere scholen – protestants-christelijk en rooms-katholiek –, dragen in het algemeen beduidend minder dan gemiddeld bij aan extra segregatie. Ze dragen niet meer bij aan segregatie dan openbare scholen, en vaak juist minder. Voor openbare scholen verschilt het sterk van school tot school. In sommige gemeenten dragen openbare scholen relatief minder bij aan segregatie, in andere gemeenten juist meer. Scholen van ‘kleine religieuze stromingen’, zoals islamitische, hindoestaanse, evangelische of joodse scholen, dragen wel relatief veel bij aan segregatie naar opleiding en etnische achtergrond. Dat gaat om enkele tientallen scholen. Algemeen bijzondere scholen (scholen onder een privaat bestuur maar zonder een godsdienst als grondslag) en vrije scholen (antroposofisch) dragen relatief veel bij aan segregatie naar opleiding en inkomen van ouders. Van scholen van een kleine christelijke richting (bijvoorbeeld reformatorisch) is de extra bijdrage aan segregatie ongeveer gemiddeld.

In het voortgezet onderwijs wordt segregatie vooral versterkt doordat leerlingen worden onderverdeeld naar onderwijsniveau (vmbo, havo, vwo). Woonsegregatie speelt er minder, omdat leerlingen mobieler zijn en een vo-school een groter gebied bedient. speelt het onderscheid tussen bijzondere en openbare scholen ook een rol. Ook hier dragen keuzes van ouders ertoe bij dat er segregatie is, op dezelfde manier als in het basisonderwijs. Concept- en profielscholen in het vo dragen niet extra bij aan segregatie, met uitzondering van tweetalig onderwijs en in mindere mate technasia. Hoogopgeleide ouders kiezen wel vaker voor bepaalde concepten. Daardoor dragen montessorischolen en vrije scholen relatief meer bij aan segregatie, vooral in de grote steden. 

(Bron: Inspectie van het Onderwijs, Technische rapportage onderwijskansen en segregatie. Staat van het Onderwijs 2016/2017, 2018, en Technisch rapport Variëteit en vernieuwing, 2019

Onderwijsdaloog 9 december

Al ruim 100 jaar zorgt artikel 23 van de Grondwet ervoor dat we in Nederland vrijheid van onderwijs hebben én dat de overheid zorg draagt voor het onderwijs. Om te horen wat mensen van artikel 23 vinden, houden we op 9 december een grote Onderwijsdialoog. Vooruitlopend op de Onderwijsdialoog brengen we de komende dagen tien keer een ‘Wist u dat?’ uit. Met deze publicaties willen we een bijdrage leveren aan de kennis over de vrijheid van onderwijs.