Goed onderwijs voor iedereen: daar draagt de Onderwijsraad aan bij. De raad geeft al meer dan honderd jaar onafhankelijk advies over onderwijsbeleid en -wetgeving aan de regering en de Eerste en Tweede Kamer. Gevraagd én uit eigen beweging. Dit mondt uit in gefundeerde verkenningen en adviezen die focussen op oplossingen voor de langere termijn. Ze gaan over alle vormen van onderwijs: van voorschoolse voorzieningen tot aan postuniversitair onderwijs en een leven lang ontwikkelen.

De raad kijkt naar de werking van het onderwijsstelsel en -bestel en blikt daarbij zowel terug in de tijd als ver vooruit. Met als focus perspectieven voor de langere termijn. De raad signaleert of agendeert kwesties, identificeert knelpunten en ongewenste effecten in wetgeving en beleidsvoornemens en schetst perspectieven of oplossingsrichtingen. De raad doet dit in de vorm van een advies, verkenning of wetsadvies. Periodiek stelt de raad een Stand van Educatief Nederland op met een overkoepelend beeld van het Nederlandse onderwijs. Ook geeft de raad advies aan gemeenten bij kwesties rond onderwijshuisvesting.

Bronnen

De raad is onafhankelijk, met oog en oor voor opvattingen en ontwikkelingen in de samenleving en het onderwijs. De adviezen zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis en inzichten uit uiteenlopende wetenschappelijke disciplines, zoals onderwijskunde, economie, sociologie en onderwijsrecht. En ze worden gevoed door kennis en ervaring uit de onderwijspraktijk en de praktijk van onderwijswetgeving en -beleid. De JongerenOnderwijsraad, met leerlingen en studenten van diverse leeftijden en schooltypen, voedt de raad met ervaringen en ideeën over het Nederlandse onderwijs en denkt mee over onderwerpen. De raad maakt daarnaast gebruik van intersectorale en internationale vergelijkingen.

Bij de voorbereiding van adviezen benut de raad ook de kennis en expertise van andere adviesorganen en van planbureaus. En brengt omgekeerd op verzoek ook expertise in ten behoeve van adviezen van anderen. Soms wordt gezamenlijk een advies uitgebracht. Als een van de grondleggers van Eunec, het internationaal verband van onderwijsraden, wisselt de raad ook kennis en expertise uit met andere adviescolleges in Europa en daarbuiten.

Uitgangspunten

De raad zegt wat er gezegd moet worden en is een kritische gesprekspartner van overheden en het onderwijs. Bij de keuze van onderwerpen, bij de inhoudelijke analyse en bij het doen van aanbevelingen staan de volgende publieke waarden centraal:

Deze waarden verdienen stuk voor stuk bevordering en werken ook op elkaar in. Nadruk op de ene waarde kan ten koste gaan van andere en de waarden kunnen onderling conflicteren. Daarom moeten ze steeds tegen elkaar worden afgewogen.

Terugkerende afwegingen

In onderwijsbeleid worden voortdurend afwegingen gemaakt, bijvoorbeeld als het gaat om de inrichting van het onderwijsproces en de verdeling van verantwoordelijkheden. De raad houdt in de adviezen deze afwegingen scherp tegen het licht. Waar ligt bijvoorbeeld het evenwicht tussen standaardisering en maatwerk, tussen professionele ruimte geven en kaders stellen, of tussen autonomie van onderwijsinstellingen en centrale sturing vanuit de overheid? En waar tussen collectieve belangen en individuele belangen, of tussen een specifiek doeldomein en de brede, vormende opdracht van onderwijs?

Kaderwet adviescolleges

De Onderwijsraad is een van de adviesraden die gevraagd en ongevraagd advies geeft aan ministers en de Eerste en Tweede Kamer over wetten, regels en beleid. In de Kaderwet adviescolleges staan de regels over adviesraden als de Onderwijsraad. De wettelijke taken die specifiek voor de Onderwijsraad gelden, staan in de Wet op de Onderwijsraad.

Vierjaarlijkse evaluatie

In de Kaderwet is onder meer vastgelegd dat een adviesraad eenmaal per vier jaar een evaluatieverslag opstelt. Het onderzoek wordt uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers.